Do’s en Don’ts voor beleid vanuit de gedragsleer

Het coronavirus heeft Nederland als het ware in het diepe gegooid. We hebben geen ervaring met pandemieën en de verregaande inperkingen van onze gewoonlijke bezigheden vergen dan ook behoorlijk wat aanpassingsvermogen. De gevolgen hiervan stellen beleidsmakers voor nieuwe uitdagingen, niet in het minst op het gebied van afval. Een toename in huishoudelijk afval en lange rijen bij de milieustraat roepen vragen op: hoe komt dit? En nog belangrijker: wat kun je doen om dit in goede banen te leiden?

In dit artikel beantwoorden we deze vragen vanuit gedragspsychologisch perspectief.

 

“Als je besluit de milieustraat te sluiten roept dit weerstand op bij inwoners.”

Voorjaarsdrift en verveling

Mensen houden van routine. Veel huishoudens doen dan ook jaarlijks een voorjaarsschoonmaak. Afvalophalers en -verwerkers weten dit en houden hier rekening mee. Dit jaar is de piek eerder en heftiger dan normaal. Dat ligt natuurlijk deels aan het weer maar ook aan een bekend evolutionair principe: verveling.

De inperkingen rondom het coronavirus maken dat mensen minder de deur uit kunnen voor werk, hobby’s, sport, afspraken, etc. en dus meer tijd thuis doorbrengen. Alle grote sportevenementen worden afgelast dus de tv wordt ook minder interessant. Met meer tijd en minder te doen slaat verveling toe. Hierdoor gaan mensen op zoek naar andere/nuttige bezigheden[i] die nog wel ‘mogen’, zoals klussen en grondige schoonmaakrondes in en rond het huis. Het logische gevolg hiervan is een behoorlijke toename van afval en grofvuil. En ja, dat moet toch ergens naartoe…

Lange rijen bij de milieustraat en toegenomen dumping/bijplaatsing zijn in veel gemeenten een probleem. Sommige gemeenten hebben zelfs besloten hun milieustraten te sluiten. Deze drastische maatregel kan echter leiden tot verplaatsing van het probleem. Hieronder bespreken we enkele mentale mechanismen die mensen sturen in deze tijd en hoe je deze kunt beïnvloeden om rijen bij de milieustraat te verkorten en dumping/bijplaatsing te verminderen.

 

Vrijheden en weerstand

Nederlanders zijn zeer gehecht aan hun keuzevrijheid, maar deze wordt nu behoorlijk ingeperkt door strenge richtlijnen en verboden. Onderzoek toont aan dat wanneer de autonomie wordt beperkt, dit vaak leidt tot een emotionele vorm van weerstand.[ii] Dit kan zich uiten in frustratie en ongehoorzaamheid, als een soort poging de autonomie terug te winnen.[ii] Als je nu bijv. besluit de milieustraat te sluiten, roept dit weerstand op bij inwoners. Je ontneemt hen namelijk een belangrijke mogelijkheid om op een gewenste manier met hun afval om te gaan en vergroot hiermee dus de kans op ongewenst gedrag. Gelukkig is het mogelijk om deze weerstand te beperken of zelfs weg te nemen.

 

Wat kun je doen?

Ten eerste kan het helpen om in je communicatie de eventuele weerstand te erkennen[ii], zoals in dit voorbeeld: ‘Wij begrijpen dat het vervelend is dat u uw grofvuil momenteel niet gemakkelijk kwijt kunt. De maatregelen tegen het coronavirus dwingen ons echter om…’. Hierdoor erkent de gemeente de inwoners in hun ongemak en vermindert daarmee de kans op weerstand.

Ten tweede kan het helpen om een stukje vrijheid terug te geven aan de inwoners. Dit kan door te benadrukken waar zij nog wel een keuze in hebben.[ii] Afhankelijk van de eigen situatie/mogelijkheden, kan een gemeente opties bieden waar het afval nog wel heen kan, bijv. de eigen garage (tijdelijk!), eventuele ophaaldienst voor grofvuil, kringloopwinkels die nog open zijn, … Er zijn ook gemeenten die de openingstijden juist hebben verruimd en/of communiceren over dalmomenten om een betere spreiding te bereiken en hun inwoners tegemoet te komen in hun ongemak.

 

Regels en scepsis

Waar de één zich vooral beperkt voelt in vrijheden, is de ander vooral sceptisch over alle nieuwe richtlijnen. Zij vragen zich af of de maatregelen wel écht nodig zijn. Deze houding komt met name voort uit onzekerheid.[ii] De onbekendheid met het coronavirus veroorzaakt veel onduidelijkheid over de huidige situatie. Mensen stappen niet graag af van vertrouwde gewoonten, zeker wanneer dit hun geen duidelijk voordeel oplevert.[iii] Nieuwe regels, zoals het beperken van de toegang tot de milieustraat, leiden dus tot scepsis, een subtielere, maar niet minder invloedrijke vorm van weerstand[ii], en daarmee tot tegendraads gedrag zoals bijplaatsing.

 

Wat kun je doen?

Om scepsis tegen te gaan moet je zekerheden bieden. Dit kan door duidelijk te zijn over de nieuwe regels en richtlijnen, maar vooral door het bieden van garanties.[ii] Gemeentes kunnen bijv. garanderen aan inwoners dat de oude situatie terugkeert wanneer de maatregelen rondom het coronavirus afzwakken.

 

“Mensen vragen niet te klussen of op te ruimen heeft geen zin.”

 

Nieuwe normen en kopieergedrag

We hebben normaal gesproken allemaal een vrij goed idee van hoe de wereld om ons heen werkt en hoe we ons daarin behoren te gedragen. In nieuwe situaties kijken mensen naar het gedrag van anderen in hun omgeving. Robert Cialdini noemt dit verschijnsel social proof.[iv] De informatie die zo, vaak onbewust, wordt opgepikt helpt mensen met bepalen welk gedrag in de nieuwe situatie normaal is. De meesten zullen die norm dan volgen.[iv]

Welk gedrag normaal gezien wordt goedgekeurd of afgekeurd noemen we de injunctieve norm. Het gedrag dat de meeste mensen vertonen noemen we de descriptieve norm.[v] Dit laatste is, vooral in onzekere tijden als deze, vaker leidend voor ons eigen gedrag dan wat mensen zouden moeten doen. Angst en onzekerheid leiden dan ook vaak tot kuddegedrag.[vi]/[vii]

Opruimende buren en (berichten over) een lange rij bij de milieustraat geven mensen dus onbewust een signaal van wat nu normaal is. Zo ontstaat de neiging om dat gedrag te kopiëren. Dit gebeurt niet alleen direct: ook sociale media en het nieuws hebben invloed. Het is daarom erg belangrijk dat de gemeente de juiste boodschap communiceert. Een goed bedoeld verzoek (bv. Stop allemaal met hamsteren!’) brengt soms namelijk juist de verkeerde boodschap over (Iedereen hamstert dus dat moet jij ook doen!’).

 

Wat kun je doen?

De afdeling communicatie kan er, vooral nu, extra op letten dat zij het gewenste gedrag communiceert als de descriptieve norm (en daarmee kopieergedrag uitlokt) in plaats van het ongewenste gedrag te communiceren als injunctieve norm. Een goed voorbeeld is deze uitspraak van Mark Rutte: ‘Meer mensen houden afstand of blijven binnen. Je merkt ook dat het rustiger is op straat’.[viii]

Ruim daarnaast bijplaatsing en dumping zo snel mogelijk op! Afval dat naast een container ligt, ‘communiceert’ namelijk ook een norm naar voorbijgangers: ‘Meerdere mensen dumpen hun afval. Dit is normaal in deze nieuwe situatie.’ Het gevolg is dat de kans op extra dumping/bijplaatsing toeneemt. Door het tijdig te verwijderen kun je dit effect beperken.

 

Gewoonten en controle

Sommige aanpassingen gaan snel: mensen werken (en lunchen) thuis, samen met hun kinderen. Er wordt uitgebreider gekookt of juist meer eten besteld om supermarkten te vermijden. Ook andere online aankopen nemen toe. Dit alles heeft een sterke impact op de hoeveelheid afval van specifieke stromen.

Anderzijds gebruiken we voor ons afval de reguliere (vertrouwde) oplossingen. Deze gewoonten zijn lastig te doorbreken.[iii] Hier ontstaat dus een conflict: door noodzakelijke aanpassingen ontstaan er nieuwe behoeftes (‘Ik heb ineens meer oud papier/karton waar ik vanaf wil’), terwijl de oplossingen die we hebben zijn gebaseerd op onze oude gewoontes (‘Dit paste altijd gewoon in de kliko).

Een deel van de inwoners heeft nu dus meer afval dan ze kwijt kan. Hier ontstaat het risico dat mensen de controle over de situatie buiten zichzelf leggen, terwijl juist het ervaren van controle over je gedrag een belangrijke voorwaarde is voor probleemoplossend gedrag. Als mensen focussen op externe oorzaken (‘De overheid neemt strenge maatregelen’) en oplossingen (‘De gemeente moet zorgen dat mijn afval vaker wordt opgehaald’) is de kans kleiner dat zij zich op een milieuvriendelijke manier gedragen.[ix] Wanneer externe oplossingen niet mogelijk zijn (bijv. door capaciteitsgebrek bij de afvalinzamelaar) kan dit dus leiden tot meer bijplaatsing van afval bij containers.

 

Wat kun je doen?

Het aanpassingsvermogen van mensen kan op een slimme manier ook positief worden ingezet voor (tijdelijke) oplossingen. Door mensen ideeën aan te reiken waarmee ze deze tijdelijke problemen kunnen tackelen kunnen ze het gevoel van interne controle terugkrijgen. Dit kan bijv. door het geven van tips voor laagdrempelige en kleine oplossingen, zoals het extra klein maken van papier (bv. een ‘origami challenge’), knutselen met plastic/papieren verpakkingen (vermaak voor de kinderen én een oplossing voor je afval) of mensen met opslagplaats aan te moedigen daar tijdelijk hun afval (en evt. dat van buren) te bewaren. Door de oplossingen duidelijk en concreet te maken vergroot je de kans op het gewenste gedrag.

 

Kort door de bocht

Mensen vragen niet te klussen of op te ruimen heeft geen zin. Er zijn te veel prikkels die dit gedrag aanjagen. En als mensen klussen en opruimen hebben ze afval waar ze vanaf willen. Afval dat na een opruimronde blijft staan is namelijk een signaal dat het werk nog niet ‘af’ is. Onderzoek wijst uit dat niet afgeronde taken mentale spanningen opleveren en onze gedachten bezighouden.[x] Deze ‘taakspanning’ kan alleen worden verholpen door de bezigheid af te ronden (en dus het afval weg te brengen).[x] Als een milieustraat gesloten is, is de kans groter dat mensen het afval dumpen om zo de taak ‘af te vinken’.

Om ongewenst gedrag te vermijden en de situatie op de milieustraat beheersbaar te houden, kunnen gemeenten de oplossing dan ook het best zoeken in de volgende, hierboven behandelde opties:

  • Openingstijden milieustraat verruimen
  • Dalmomenten communiceren
  • Weerstand erkennen
  • Benoemen van het gewenste gedrag
  • Sporen van ongewenst gedrag (bijv. dumping) uitwissen
  • Onzekerheid verminderen
  • Mogelijkheden/alternatieven bieden en benadrukken
  • Inwoners deel uit laten maken van de oplossing

We wensen iedereen veel succes met de verschillende uitdagingen de komende tijd. We horen graag jullie reacties op dit artikel en zijn uiteraard bereikbaar voor vragen over deze beleidsvraagstukken. Ook als je wilt weten of je huidige wijze van communiceren het juiste gedrag stimuleert staan we voor je klaar.

Wilt u het artikel nog eens op uw gemak doornemen? U kunt het artikel hier downloaden.

 

 


Over de auteurs

  • Erik van de Wiel is adviseur/projectleider en studeerde Sociale Psychologie aan de KU Leuven en Tilburg University.
  • Jorn Pasmans is projectleider en studeerde Economische Psychologie aan Tilburg University.
  • Fenna Boerkamp is afstudeerstagiaire en studeert Gedragsverandering aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Referenties

[i] Van Tilburg, W. A. P., & Igou, E. R. (2012). On boredom: Lack of challenge and meaning as distinct boredom experiences. Motivation and Emotion, 36, 181-194. https://doi.org/10.1007/s11031-011-9234-9

[ii] Knowles, E. S., & Riner, D. D. (2007). Omega approaches to persuasion: overcoming resistance, in Pratkanis, A.R. (Ed.), Science of Social Influence, Psychology Press, New York, NY.

[iii] Wood, W., & Neal, D. T. (2016). Healthy through habit: interventions for initiating & maintaining health behaviour change. Behavioural Science & Policy, 2(1), 71-83. doi: 10.1353/bsp.2016.0008

[iv] Cialdini, R. B. (1993) Influence: Science and practice (3rd ed.) New York, USA: Harper Collins

[v] White, K. M., Smith, J. R., Terry, D. J., Greenslade, J. H., & McKimmie, B. M. (2009). Social influence in the theory of planned behaviour: The role of descriptive, injunctive, and in‐group norms. British journal of social psychology, 48(1), 135-158. doi: 10.1348/014466608X295207

[vi] Lin, M. C. (2018). The impact of aggregate uncertainty on herding in analysts’ stock recommendations. International Review of Financial Analysis, 57, 90-105. doi: 10.1016/j.irfa.2018.02.00

[vii] Economou, F., Hassapis, C., & Philippas, N. (2018). Investors’ fear and herding in the stock market. Applied Economics, 50(34-35), 3654-3663. https://doi.org/10.1080/00036846.2018.1436145

[viii] Dagblad van het Noorden. (2020). Premier Rutte in aanloop naar ‘cruciaal’ weekend: blijf écht thuis. Geraadpleegd op https://www.dvhn.nl/extra/Premier-Rutte-in-aanloop-naar-cruciaal-weekend-blijf-%C3%A9cht-thuis-25508428.html?harvest_referrer= https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F&harvest_referrer=https%3A%2F%2Fconnect.icteam.nl%2Fwebmail%2F

[ix] Gifford, R., & Nilsson, A. (2014). Personal and social factors that influence pro-environmental concern and behaviour: a review. International journal of psychology, 49(3), 141-157. doi: 10.1002/ijop.12034

[x] Zeigarnik, B. (1938). On finished and unfinished tasks. In W. D. Ellis (Ed.), A source book of Gestalt psychology (p. 300–314). Kegan Paul, Trench, Trubner & Company. https://doi.org/10.1037/11496-025