In deze serie artikelen verkennen we de uitdagingen rondom de gescheiden inzameling van gft+e, oftewel groente-, fruit- en tuinafval en etensresten. Voor het gemak gebruiken we de afkorting gfe. We kijken hiervoor naar de gehele keten, van productie t/m compostering en naar alle betrokkenen die hierbij een rol spelen. Dit eerste artikel is inleidend en schetst het probleem en de verschillende stadia en betrokkenen die in volgende artikelen behandeld zullen worden.

Deel 1: Het gfe-probleem

Gfe bestaat uit organisch afval: snoeiafval, maar ook klokhuizen, aardappelschillen, visgraten, vleesafval… Allemaal natuurlijk afbreekbaar afval waar compost van kan worden gemaakt mits het goed gescheiden wordt. Dit gebeurt echter onvoldoende. De vraag hoe dit komt is lastiger te beantwoorden dan je wellicht zou denken. In dit artikel verkennen we de huidige stand van zaken met betrekking tot scheiding van gfe: wat zijn de problemen en wie zijn de betrokkenen? Enkel door het hele plaatje in beeld te brengen kunnen we immers kansen voor verbetering inzichtelijk maken.

Wat is het probleem?

Gfe is een van de grootste afvalstromen in Nederland en beslaat met 144 kg per persoon per jaar een slordige 30% van ons huishoudelijk afval.[i] Uit onderzoek van Rijkswaterstaat in 2018 bleek dat (met name) gfe afkomstig van brongescheiden huishoudelijk afval, kwetsbaar is voor verontreiniging.[ii] Slechts 60% hiervan wordt gescheiden aangeboden.[i] De overige 40% belandt grotendeels in het restafval met als gevolg dat restafval voor circa 30% uit gfe bestaat.[iii]

Van het gfe dat gescheiden wordt aangeboden is bovendien gemiddeld 4% vervuild, met hoofdzakelijk resten van plastic en glas.[iii] Daardoor wordt van het ingezameld gfe tussen de 6% en 25% alsnog verbrand. Door het ontbreken van een goede meetstandaard en gegevens over een langere periode is het moeilijk te bepalen hoe de kwaliteit van het gfe er precies voor staat, maar steekproeven duiden op een stijgende trend in de vervuiling: 0,58% in 2000, 2,3% in 2008 en 3,9% in 2019.[ii] Dit percentage kan overigens behoorlijk verschillen per gemeente.

Dit toont aan dat er iets misgaat in het proces waarin gfe tot stand komt. Afval goed scheiden is blijkbaar zo gemakkelijk nog niet. Zo vindt bijvoorbeeld 48% van de inwoners van Rotterdam het “een onmogelijke opgave om zelf al het afval te scheiden”.[iv]

Waarom is het een probleem?

Gfe dat in restafval belandt komt in een zogenaamde afvalverbrandingsinstallatie (AVI) terecht. Hoe meer gfe er in deze installaties terechtkomt, des te slechter deze presteren.[v] Bovendien reduceert gescheiden gfe-verwerking de CO2-uitstoot.[v] Niet-gescheiden gfe brengt dus een hogere milieubelasting met zich mee.

Goed gescheiden gfe wordt door de verwerker omgezet in biogas door vergisting [ii] en/of gecomposteerd. Compost is een organische stof die de bodemstructuur verbetert en dient als voedselbron voor planten en gewassen [ii], bijvoorbeeld bij de teelt van groente en fruit.

Vervuiling van gfe met andere afvalstromen vergroot de kans op bodemverontreiniging (door o.a. microplastics) [ii] en de kans dat schadelijke stoffen in ons voedsel terechtkomen.

Bovendien gelden voor de afname van (Keur)compost door de landbouwsector steeds hogere wettelijke kwaliteitseisen. Deze dwingen de verwerker dus tot de levering van steeds schonere compost. Vervuiling in het gfe stelt de verwerker voor hoge kosten voor de verwerking (zeven, sorteren, etc.). Deze kosten vloeien terug in de keten, naar de afvalinzamelaar, de gemeenten en uiteindelijk de burger. Naast het milieuaspect bestaat er dus een financieel belang voor de betrokkenen om gfe beter te scheiden.

Voor wie is het een probleem?

Bijna iedereen in de keten heeft zijn eigen problemen. Vandaar dat een betere samenwerking tussen deze partijen gewenst is.[iii]

  • De afnemer (bijv. kwekers): er wordt via wetgeving gestuurd op hogere kwaliteitseisen voor het gebruik van Keurcompost, waardoor dit duurder wordt.
  • De verwerker: de afnemer wil een eindproduct van hogere kwaliteit, terwijl de kwaliteit van de aanvoer van grondstoffen achteruitgaat en het productieproces dus meer kost. Hierdoor worden de onderhandelingen voor contractafspraken met gemeenten moeizamer.
  • De inzamelaar: er wordt meer van de inzamelaar verwacht als tussenpersoon. Denk hierbij aan checks op vervuiling en meer feedback, zoals in wijken waar het gfe het meest vervuild is. Het werk kost meer tijd en dus meer geld.
  • De gemeente: enerzijds moet de gemeente haar VANG-doelstellingen behalen door te sturen op minder restafval, bijvoorbeeld door de invoering van diftar. Dit heeft vaak als gevolg dat andere stromen (dus ook gfe) meer vervuild raken en dus de kwaliteit (en opbrengst) lager wordt.
  • De burger: steeds grotere diversiteit in levensmiddelen (bijv. koffiefilters, koffiepads en koffiecups) en ontwikkelingen in de afvalinzameling vragen veel aanpassingsvermogen van de burger, die ook nog eens geconfronteerd wordt met hogere kosten voor afvalinzameling.

Opvallend afwezig in dit rijtje zijn de handelaren en verkopers, terwijl zij wel degelijk invloed hebben op het gfe. Denk bijvoorbeeld aan het stickertje dat op de kiwi geplakt wordt of de verschillende koffieproducten. Zij ondervinden (vooralsnog) alleen niet de problemen waar de andere betrokkenen mee kampen.

Waar moeten we de oorzaak zoeken?

Vaak wordt er gewezen op onduidelijkheid bij burgers als oorzaak, zoals blijkt uit de titels van enkele artikelen over dit onderwerp: ‘Mag een koffiepad bij het gfe-afval?’[vi] en ‘Mag dat: satéprikkers bij het gfe-afval gooien?’.[vii] Hoewel gedragsinzichten en toepassingen veel kunnen bijdragen aan de verbetering van afval scheiden door burgers[viii], wordt gemakkelijk vergeten dat met name voedsel een lange reis aflegt voordat het daadwerkelijk als gfe in de afvalbak belandt (zie Figuur 1).

 

Figuur 1. De reis van gfe

In de komende artikelen lichten we al deze fases uit, zoveel mogelijk vanuit de gedragsinvalshoek en verkennen we de reis die gfe nu aflegt en wat het onderweg allemaal tegenkomt. Ga je mee?

 


[i] Milieu Centraal. (2017). Afval scheiden: cijfers en kilo’s. Geraadpleegd op https://www.milieucentraal.nl/minder-afval/afval-scheiden-cijfers-en-kilos/

[ii] Rijkswaterstaat. (2018). Verkenning kwaliteit deelstromen gfe-afval, papier, glas en textiel uit huishoudens. Geraadpleegd op https://www.vang-hha.nl/kennisbibliotheek/ @204935/verkenning-kwaliteit/

[iii] Rijkswaterstaat, NVRD, & Vereniging Afvalbedrijven. (2019). Aanvalsplan gfe-afval en textiel. Naar meer en schonere deelstromen. Geraadpleegd op https://www.vang-hha.nl/kennisbibliotheek/@215622/aanvalsplan-gfe-afval-textiel-schonere-deelstromen/

[iv] Lubbe, R. (2019). 48 procent vindt het een onmogelijke opgave om zelf al het afval te scheiden. Geraadpleegd op https://eenvandaag.avrotros.nl/panels/opiniepanel/alle-uitslagen/item/48-procent-vindt-het-een-onmogelijke-opgave-om-zelf-al-het-afval-te-scheiden/

[v] Rijksoverheid. (z.j.). Bio-energie – Input. Groente-, fruit- en tuinafval (gfe). Geraadpleegd op https://www.rvo.nl/sites/default/files/bijlagen/Bio-energie%20-%20Input%20-%20Groente-,%20fruit-%20en%20tuinafval%20(gfe).pdf

[vi] Lax, N. (2018). Mag een koffiepad bij het GFE-afval? Geraadpleegd op https://allesoverafval.vanhappencontainers.nl/kennis-over-afval/mag-koffiepad-gfe-afval-onduidelijkheden-wereld-gfe-gids/

[vii] Van den Boogaard, S. (2020). Mag dat: satéprikkers bij het gfe-afval gooien? Geraadpleegd op https://indebuurt.nl/nijmegen/gemeente/mag-dat-satprikkers-bij-het-gfe-afval-gooien~75131/

[viii] Traveille, A. (2016). Effectieve beïnvloeding van afvalscheiding. Verkenning van landelijke campagnes, initiatieven, websites en apps op het gebied van afvalscheiding. Geraadpleegd op https://www.vang-hha.nl/publish/pages/112854/2016-05-3verkenninglandlijkeafvalscheidings campagnesenwebsites.pdf